cel
- Gegevens
- Gemaakt op donderdag 11 juni 2026 12:23
- Laatst bijgewerkt op zondag 14 juni 2026 12:09
- Gepubliceerd op donderdag 11 juni 2026 12:32
- Hits: 32
De eerste organismen op aarde waren eencellige levensvormen zonder celkern. Deze organismen, die tegenwoordig nog steeds voorkomen, kunnen overleven onder extreme omstandigheden, zoals in heetwaterbronnen, zoutmeren en zelfs kerncentrales. Zij worden prokaryoten genoemd en omvatten de domeinen bacteriën en archaea.
Archaea ontstonden ongeveer drie tot vier miljard jaar geleden op aarde. Volgens een veelgeaccepteerde hypothese zijn op een bepaald moment in de evolutie twee archaeacellen met elkaar versmolten. Uit deze symbiotische samenwerking zouden de eerste eukaryoten zijn ontstaan: eencellige organismen met een echte celkern.
Prokaryotische cellen
Prokaryotische cellen worden gekenmerkt door hun eenvoudige bouw. Zij beschikken niet over een celkern en missen andere membraangebonden organellen. Toch zijn zij in staat alle noodzakelijke levensprocessen uit te voeren, waaronder groei, stofwisseling en celdeling.Het DNA van een prokaryotische cel bestaat meestal uit één enkel circulair chromosoom dat zich vrij in het cytoplasma bevindt. Het gebied waarin dit DNA ligt, wordt het nucleoïde genoemd.
Prokaryoten hebben doorgaans een diameter van ongeveer 0,5 tot 2,0 micrometer (µm).
De cel wordt omgeven door een plasmamembraan. Bij veel soorten bevindt zich daarbuiten een stevige celwand. Sommige bacteriën bezitten bovendien een extra beschermende laag, de capsule of slijmlaag genoemd.
Het plasmamembraan geeft de cel vorm en stevigheid, scheidt de celinhoud van de omgeving en regelt welke stoffen de cel kunnen binnenkomen of verlaten.
Het cytoplasma bevat naast het erfelijk materiaal ook ribosomen en verschillende insluitsels waarin voedingsstoffen of reservestoffen kunnen worden opgeslagen.
Veel prokaryoten bezitten daarnaast kleine, extra DNA-ringen die plasmiden worden genoemd. Deze bevatten vaak genen die voordelen bieden, zoals resistentie tegen antibiotica.
Aan de buitenzijde van de cel kunnen zich flagellen en pili bevinden. Flagellen dienen voor de voortbeweging van de cel, terwijl pili een rol spelen bij de hechting aan oppervlakken en bij de uitwisseling van genetisch materiaal tussen cellen.

