Uncategorised

ATP

ATP (het molecuul: Adenosinetrifosfaat)bevindt zich in de mitochondriën van de cellen en is de belangrijkste energiedrager voor alle levende cellen. Het functioneert als een oplaadbare batterij of 'powerbank'. Wanneer een cel energie nodig heeft (bijvoorbeeld voor spiercontractie, transport of celdeling), wordt ATP afgebroken en komt er direct energie vrij.
Het molecuul ATP bestaat uit adenine, een suiker (ribose) en drie fosfaatgroepen. De binding tussen de laatste twee fosfaatgroepen vormt de voorraad energie voor cellen.
Het proces werkt als volgt:

Energie vrijmaken:
Wanneer een cel energie nodig heeft, wordt de derde fosfaatgroep afgesplitst. Hierbij komt energie vrij.
Er blijven ADP (twee fosfaatgroepen of Adenosinedifosfaat) over

Energie opslaan:
Door verbranding van suikers en vetten (in de cel, met name in de mitochondriën) wordt er weer een fosfaatgroep aan ADP geplakt. Hierdoor wordt de batterij opgeladen tot ATP(Adenosinetrifosfaat).

ATP is onmisbaar voor biologische processen, waaronder:

• Spiercontractie: spieren samentrekken en bewegen.
• Actief transport: Stoffen de cel in- en uitpompen tegen de concentratiegradiënt in.
• Opbouw van moleculen: Het aandrijven van chemische reacties, zoals het maken van eiwitten (assimilatie).
• Communicatie tussen zenuwcellen en celstructuren.

Waterstof

Waterstof of het isotoop protium is een chemisch element met symbool H (Latijn: Hydrogenium) en atoomnummer 1. Waterstof heeft éen proton, géén neutron en éé elektron.
Waterstof is het lichtste element.
Waterstof, in deze vorm, komt op de aarde niet voor.
In het universum is waterstof verreweg het meest voorkomende element.
Er bestaan ook zwaardere vormen of isotopen van waterstof met neutronen, zoals deuterium (één neutron) en tritium (twee neutronen).
Waterstof komt als het molecuul diwaterstof in in zeer lage concentratie, in de aardatmosfeer voor als waterstofgas.
Diwaterstof of Waterstofgas bestaat uit twee-atomige moleculen.
Aggregatietoestand: Om auto's voort te bewegen wordt waterstofgas in de praktijk meestal onder heel hoge druk (als gas) opgeslagen, of in vloeibare vorm bij extreem lage temperaturen (-253 °C). In een brandstofcel reageert dit vervolgens met zuurstof om elektriciteit te maken.

Refractor telescoop

Een refractor telescoop, is een instrument dat wordt gebruikt voor het observeren van objecten in het universum. Deze telescoop maakt gebruik van geslepen glazen lenzen om licht te buigen en zo verre objecten dichterbij te halen voor een gedetailleerde observatie. Een refractor telescoop bestaat uit objectief, oculair, tubus en montering. De werking van een refractor telescoop berust op de manier waarop lenzen licht breken en focussen. Wanneer licht door het objectief valt, buigt de lens het licht, zodat het focusseert op een specifiek punt binnen de telescoop. Het oculair vergroot dit gefocuste beeld, waardoor je een vergrote en heldere waarneming krijgt van verre objecten zoals planeten, sterren en nevels.

Neolitische landbouw in Ierland

De eerste mensen die in Ierland die 4000 v.Chr. overgingen tot landbouw en veeteeld op blijvende percelen, waren afstammelingen van boeren afkomstig uit het huidige Turkije en de vruchtbare Halve Maan in het midden Oosten. Daar was 10.000 v.Cr.landbouw ontstaan. Van daaruit heeft de landbouw zich in enkele duizenden jaren geleidelijk verspreid naar Griekenland en Europa.

De eerste boeren in Ierland bouwden in een voor die periode opmerkelijk rap tempo permanente rechthoekige woningen in plaats van tijdelijke kampen.

Er ontstonden agrarische gemeenschappen die leidden tot grootschalige gemeenschappelijke bouwprojecten, zoals Newgrange, gebouwd rond 3200 v.Chr.

Isaac Newton (1643 – 1727)


De natuur en wiskundige Isaac Newton 1643 – 1727ontwikkelde een theorie over kleuren. Door experimenten met een prisma, toonde hij aan dat wit zonlicht door de breking in het prisma, kleuren bevat, zoals te zien in een regenboog.
Isaac Newton betoogde in 1704, in zijn boek Opticks dat licht uit kleine deeltjes (corpuscula) bestond.