Astronomie

William Herschel(1738 – 1822)

Doordat wij met onze huid de warmte van de zonnestralen voelen, weten wij dat zonlicht meer is en meer doet dan alleen de wereld om ons heen zichtbaar maken.
De ontdekking dat een deel van de warmte van zonnestraling afkomstig is van wat wij nu infrarood licht noemen, werd gedaan door William Herschel een Duits-Britse componist, organist, muziekleraar en astronoom in 1800.
Herschel kwam tot zijn ontdekking door met een thermometer de temperatuur te meten van het spectrum van licht dat door een prisma viel. Hij stelde vast, dat de temperatuur in het rode deel van het spectrum hoger lag dan in het blauwe deel. In het deel van het spectrum dat voorbij het rood lag mat hij nog een hogere temperatuur en hij concludeerde dat in dit deel van het spectrum er licht bestond dat niet voor het menselijk oog waarneembaar is.

Joseph von Fraunhofer (1787–1826)

Joseph von Fraunhofer (1787–1826) en de ontdekking van de donkere lijnen

Begin 19e eeuw ontdekte Joseph von Fraunhofer donkere lijnen in het zonnespectrum. Deze lijnen worden tegenwoordig de Fraunhoferlijnen genoemd. Zijn ontdekking vormde een belangrijke stap in de ontwikkeling van de spectroscopie: het onderzoek van licht om de samenstelling van stoffen te bepalen.

Onderzoek met prisma’s en lenzen
Fraunhofer werkte in München als opticien en instrumentmaker. Hij maakte zeer nauwkeurige:
  • prisma’s
  • lenzen
  • telescopen
Tijdens het testen van deze instrumenten onderzocht hij zonlicht dat door een prisma viel. Daardoor ontstond een spectrum van kleuren, vergelijkbaar met een regenboog.

De ontdekking van de donkere lijnen
Fraunhofer liet zonlicht eerst door een smalle spleet vallen en vervolgens door een prisma. Met behulp van een telescoop bekeek hij het spectrum zeer nauwkeurig. Tot zijn verrassing zag hij dat het kleurenspectrum niet volledig doorlopend was. Op vaste plaatsen verschenen honderden fijne donkere lijnen. Deze lijnen bevonden zich altijd op exact dezelfde posities in het spectrum.
Fraunhofer bracht de belangrijkste lijnen zorgvuldig in kaart en gaf ze letters, zoals A, B, C en D.

Wat betekenden deze lijnen?

Pas later ontdekten natuurkundigen dat bepaalde atomen specifieke golflengten van licht absorberen. Daardoor ontbreken deze golflengten in het spectrum en ontstaan donkere lijnen. Een groot deel van deze absorptie vindt plaats in de buitenlagen van de zon.

Belang van de ontdekking
De ontdekking van de Fraunhoferlijnen leidde tot de ontwikkeling van de spectroscopie. Dankzij deze techniek konden wetenschappers later bepalen:
  • uit welke elementen sterren bestaan
  • hoe heet sterren zijn
  • hoe sterren bewegen
  • en hoe het heelal is opgebouwd

neutrino

Neutrino’s


Neutrino’s zijn elementaire deeltjes die geen reactie aangaan met andere materie. Neutrino’s vliegen door de aarde en ons zonder dat wij het merken.
De sterren en ook de zon produceren een constante stroom van neutrino's. Elke seconde vliegen honderd miljard neutrino’s door onze vingernagel zonder dat wij er iets van merken. Ongeveer een keer in de 100 jaar is er een enorme vloed van neutrino's die veroorzaakt wordt door een supernova. Daarmee een kringloop van materie startend, niet alleen in onze Melkweg maar in de hele kosmos, zonder welk het leven niet zou bestaan.

De ontdekking van neutrino’s

Het begon omdat het bij het bètaverval ontbrak aan energie. Bij het bètaverval gaat het om het verval van een bouwsteen van het atoom, namelijk het neutron. Een neutron dat neutraal is vervalt in een proton en een elektron. Een elektron is negatief geladen en een proton is positief geladen. Hiervan uitgaand had men in de dertiger jaren van de vorige eeuw, een duidelijke verwachtingswaarde over de hoeveelheid energie van de elektronen nadat het neutron vervallen zou zijn in protonen en elektronen. Men ging ervan uit dat alle elektronen na het verval van het neutron zonder filter op een bepaalde plaats terecht zouden komen. Dat bleek echter niet. Er werden telkens willekeurig en minder elektronen gemeten dan verwacht werd.
Toen begon men ernstig te twijfelen of de wet van behoud van energie bij een atoomreactie houdbaar is.
Wolfgang Pauli verzette zich hevig tegen deze twijfel. “Wanneer er sprake is van ontbrekende energie, dan wordt deze energie eenvoudigweg afgevoerd door een deeltje. Dat deeltje moet elektrisch neutraal zijn”
Maar het werd toch niet gemeten? Was de tegenwerping. “Dat komt omdat het natuurlijk moeilijk meetbaar is. Het is een deeltje dat een heel zwakke interactie heeft en dat is het kleine neutron.” Aldus Pauli.
Enrico Fermi gaf er later de naam neutrino aan. Vanaf toen bestond het neutrino, althans de aanname dat er iets dergelijks moest bestaan. Pauli schreef naar alle collega’s natuurkundigen fantastische brieven om hen mee te nemen in zijn aanname.
Daarna begon een 20 jarige zoektocht en midden jaren vijftig werd het neutrino inderdaad ontdekt in een detector in de vorm van grote tank gevuld met tetrachlooretheen. Een dergelijke detector was nodig omdat het deeltje zo goed als geen interactie aangaat.
Ook vermoedde men dat het neutrino van de zon moest komen en in het midden van de zon door een kernfusie reactie ontstaat
Er is een verband tussen kernfysica en neutrino’s. Waar atoomkernen veranderen ontstaan ook neutrino’s

De neutrinovloed van 1987

In 1987 gebeurde er iets ongelofelijks. Sinds de jaren vijftig had men steeds meer experimenten ontwikkeld om neutrino’s waar te nemen. Steeds grotere detectoren gevuld met water werden gebouwd. Dit omdat men niet alleen opzoek was naar de neutrino’s die van de zon komen maar ook naar neutrino’s afkomstig van sterren.
En toen in 1987 zag men een supernova in de Grote Maghelaanse Wolk. Een supernova is een exploderende ster. Voor de astronomie was dat een zeldzame gebeurtenis. Men kon nu voor het eerst zien hoe de helderheid van deze ster vanaf het begin begon toe te nemen.
Natuurlijk met 150.000 jaar vertraging, want zolang heeft het licht van die supernova nodig om ons op aarde te bereiken.
Men kon de lichtcurve vanaf het begin observeren. Bij die observatie stelde men zich de vraag: Nemen wij alleen elektromagnetische straling van de supernova waar of ook deeltjes? Hierbij moet je rekening houden met de afstand van deze exploderende ster tot de aarde en je afvragen hoe sterk daalt deze vloed van neutrino’s door deze afstand. De daling van de waarneembare vloed neutrino’s op aarde wordt berekend met het kwadraat van de afstand. Kun je dan nog neutrino’s waarnemen? Ja. Men heeft in Japan in de Super-Kamiokande detector inderdaad neutrino’s afkomstig van de Grote Maghelaanse Wolk, waargenomen. 9 om precies te zijn. Dat zijn er zodanig veel dat men daaruit kan afleiden dat er honderd miljoen neutrino’s afkomstig van deze supernova op aarde zijn aangekomen. Daaruit kan men weer afleiden dat zulke grote explosies van supernova’s alleen mogelijk zijn wanneer er neutrino’s bij betrokken zijn. Hieruit valt weer af te leiden dat exploderende sterren door neutrino’s een honderdduizend keer groter energieverlies hebben door neutrino’s dan door straling.

Ik en de Melkweg

De Melkweg Hoe ben ik ontstaan? Inmiddels 75, heb ik een idee wie ik ben. Ik hoef niet in psychoanalyse. Echter wat en hoe heeft mij voortgebracht? Voor een antwoord, ga ik te rade gaan bij de Melkweg..

De Melkweg die schitterende gordel van licht, die wij op een heldere nacht, het liefst zonder lichtvervuiling van straatverlichting, aan de nachtelijke hemel kunnen waarnemen.

De keuze om mijn vraag te richten aan de Melkweg, komt voort uit de wetenschap dat de Melkweg er al was voordat de aarde en daarna het leven op aarde, ontstond. De zon en daarna de aarde, is voortgekomen uit de stervorming die in de Melkweg plaatsvond. Uiteindelijk ben ik op de aarde geboren. Dat was pas nadat de aarde al vijf miljard jaar bestond.
De wetenschap neemt aan dat het leven op aarde 3,5 tot 4 miljard jaar geleden ontstond. De eerste levensvorm was waarschijnlijk één cel .
De gebeurtenissen die aan deze cel voorafgingen kent men nog niet en berusten op aannames.
Na hun ontstaan zijn cellen ooit begonnen via erfelijk (een soort geheugen het DNA of bouwpakket van zichzelf) materiaal kopieën te maken en zichzelf te delen in twee dochtercellen, enzovoort. Daarna is meercellig leven ontstaan. Uiteindelijk is dat alles geworden tot wat wij tegenwoordig noemen de levende natuur waarin planten en dieren zich ontwikkelden inclusief de mens.
De eerste sporen van mensen op aarde dateren van ongeveer 2 miljoen jaren geleden. In dat licht is mijn 75 jarig bestaan een flits in de tijd. Ook ik besta uit cellen zo’n 37 biljoen cellen om precies te zijn.
Deze 37 biljoen cellen zijn onder te verdelen in 200 verschillende typen cellen, waaronder, rode bloedcellen, witte bloedcellen, vetcellen, levercellen, huidcellen, botcellen en spiercellen. Ondanks dat er miljarden jaren ontwikkeling verstreken zijn is dit zeer indrukwekkend, aangenomen dat al het leven begon bij één cel.
Bijzonder is dat het menselijk DNA dat de informatie bevat over over de toekomstige mens voor een groot deel overeenkomt met het DNA van andere levensvormen op de aarde.

Het licht van de Melkweg en ik

In het licht van de zon neem ik mijn omgeving helder en vol kleur waar. In de weerspiegeling van dat licht in het water zie ik mijn gezicht. Het zonlicht onthult een deel van mijn bestaan en dus ook een deel van het leven. Dankzij het voor de ogen zichtbare licht kunnen wij enorm veel waarnemen. Wij nemen vele variaties kleuren waar, vormen, diepte, groottes van kleiner dan stofkorrels tot bergen, afstanden, bewegingen en snelheden.
Het licht van de zon maakt niet alleen het leven en de dingen op de aarde zichtbaar maar geeft ook energie, en verwarmt daarmee het leven op aarde
Zonlicht doet dus iets met het leven, met ons, onze omgeving, met de aarde. Verder redenerend doet het zonlicht iets met ons zonnestelsel en extrapolerend, doet het licht van de talloze grotere, kleinere, oudere, jongere en overeenkomstige zonnen in de Melkweg, iets met de Melkweg zelf. Wetende dat er honderden miljarden sterrenstelsel zoals de Melkweg zijn doet zonlicht ook iets met het universum.
In het licht van mijn vraag: "Wat heeft mij voortgebracht?" Of hoe heeft dat zonlicht invloed op het bestaan van leven, verdient het zonlicht een nader onderzoek.

Onderzoek naar het zonlicht

Onderzoekers hebben in de afgelopen jaren aangetoond dat wij Met onze ogen en huid maar een klein onderdeel van de zonnestralen die ons bereiken waarnemen.

Een groot aantal wetenschappers heeft bijgedragen aan onze kennis van de aard, eigenschappen en invloed van het zonlicht. Belangrijke onderzoekers zijn:
Isaac Newton (1643–1727), William Herschel (1738–1822), Johann Wilhelm Ritter (1776–1810), Joseph von Fraunhofer (1787–1826), Gustav Kirchhoff (1824–1887), Robert Bunsen (1811–1899), James Clerk Maxwell (1831–1879), Heinrich Hertz (1857–1894), Josef Stefan (1835–1893), Ludwig Boltzmann (1844–1906), Wilhelm Wien (1864–1928), Max Planck (1858–1947), Albert Einstein (1879–1955), Niels Bohr (1885–1962), Erwin Schrödinger (1887–1961), Werner Heisenberg (1901–1976), Arthur Eddington (1882–1944) en Hans Bethe (1906–2005).

Dankzij het werk van deze wetenschappers weten wij tegenwoordig dat zonlicht bestaat uit elektromagnetische straling. Deze straling kan zowel worden beschreven als golven met verschillende golflengten als uit stroompjes energiedeeltjes, de zogenoemde fotonen. Samen vormen zij een breed spectrum dat loopt van radiogolven en infraroodstraling via zichtbaar licht tot ultraviolet, röntgenstraling en gammastraling.

Uit dit onderzoek ontstond de spectroscopie, een van de belangrijkste onderzoeksmethoden binnen de moderne sterrenkunde. Door het spectrum van sterren, planeten en nevels te analyseren kunnen astronomen hun chemische samenstelling, temperatuur, beweging en vele andere eigenschappen bepalen.

Slechts een klein deel van het elektromagnetische spectrum is zichtbaar voor het menselijk oog. Dit zichtbare licht omvat de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Wanneer wit zonlicht door een prisma of door kleine waterdruppeltjes in de atmosfeer wordt gebroken, worden deze kleuren zichtbaar. Op vergelijkbare wijze liet Newton zonlicht door een prisma vallen en toonde hij aan dat wit licht is samengesteld uit een spectrum van verschillende kleuren.

Gustav Kirchhoff en Robert Bunsen (±1860) en de relatie kleur licht en absorptie
Gustav Kirchhoff en Robert Bunsen (±1860) stelden hierna vast dat wij verschillende kleuren waarnemen doordat materialen bepaalde delen van dat licht anders absorberen en anders reflecteren.

Doordat wij met onze huid de warmte van de zonnestralen voelen, weten wij dat zonlicht meer is en meer doet dan alleen de wereld om ons heen zichtbaar maken. De ontdekking dat een deel van de warmte van zonnestraling afkomstig is van wat wij nu infrarood licht noemen, werd gedaan door de astronoom en natuurkundige William Herschel in 1800. bestaat uit een breed spectrum van licht. Hiervan is maar een klein gedeelte waarneembaar voor het menselijk oog. Wij kunnen geen infrarood licht waarnemen, geen UV licht, geen röntgenstralen geen radio golven, geen microgolven en geen gammastralen waaruit de fotonen bestaan die de zon al 5 miljard jaar uitzendt.
Sinds mensen naar de sterren aan het kijken zijn, zijn veel ontdekkingen gedaan om steeds scherper en uitgebreider over zon- en sterrenlicht te gaan waarnemen. Deze ontwikkeling is samen te vatten in het woord telescoop.
Door de telescoop weten wij nu dat die schiterende gordel van licht aan de nachtelijke hemel, die Melkweg, bestaat uit sterren en dat ook ons zonnenstelsel hier deel van uitmaakt. Dat is toch iets anders dan de melk van Hera of kamvuren aan de rivier.

De telescoop
Astronomen bestuderen de Melkweg met optische-, radio-, röntgen-, infrarood- gamma- en microgolf- telescopen. Deze telescopen bevinden zich verspreid op zeeniveau, in het hooggbergte, in de ruimte in een baan rond de aarde en op Lagrangepunten, waar de zwaartekracht van de zon en aarde elkaar bijna opheffen. Het licht van de sterren wordt versterkt en daarna door middel van spectroscopie geanalyseerd en in enorme databases verzameld. Hierna worden deze gegevens met behulp van allerlei statistische methodes verder bestudeerd.

Hoe vindt het onderzoek door optische telescopen plaats?
Optische telescopen versterken net als verrekijkers het voor het menselijke oog, zichtbare licht van de sterren en planeten. Verrekijkers maken gebruik van geslepen glazen lenzen. Galileo deed in 1609 als eerste astronoom waarnemingen met behulp van een telescoop die uitsluitend uit glazen lenzen bestond.
Moderne optische telescopen maken geen gebruik meer van glazen lenzen maar van meerdere gebogen spiegels. De buiging van die spiegels verandert honderden keren per seconde al naar gelang het waarnemingsdoel. De eerste spiegel vangt het licht van de sterren op, dat vervolgens gecorrigeerd en gefocust wordt door een tweede spiegel. Andere spiegels sturen deze lichtsignalen vervolgens naar instrumenten zoals camera's en spectografen.
De observaties van dergelijke telescopen is bovendien geautomatiseerd zij maken elk etmaal vele duizenden beelden van de helderheid, licht en kleursamenstelling van sterren. Uit het spectrum: de licht en kleursamenstelling van sterren worden gegevens opgeslagen over de temperatuur, chemische samenstelling en rotatiesnelheid van sterren.
Via geautomatiseerde berekeningen van de hoekverschuiving, de zogenaamde paralax en dopler-verschuiving, worden inschattingen van afstanden en of deze afstanden groter of kleiner worden en met welke snelheid.

Voorbeelden van belangrijke optische telescopen zijn de ESA telesopen in de Atacama woestij van Chili en de Hubble Space Telescope.

Voorbeelden van Beelden die door de ESA Telescoop gemaakt zijn beelden van de Helix nevel en beelden van het Centrum van de Melkweg.

De Helixnevel
De Helixnevel(spiraalvormige nevel) is een planetaire nevel die wijst op een ster die aan het einde is van zijn bestaan. Planetair betekent niet dat het gaat om planeten. De naamgever Herschel (18e eeuw) vond dat wanneer je dit verschijnsel door een destijds nog niet zo’n sterke telescoop waarnam, dat het leek op een planeet.
De veelkleurige nevel die we op de afbeelding zien is ontstaan doordat de ster in de eindfase zijn buitenste laag gloeiend en sterk stralend gas uitstoot. Vervolgens koelt het gas geleidelijk in lagen af. Dit verklaart de verschillende kleuren.

Door al deze observaties en berekeningen weten wij dat de spriraalvormige schif van de Melkweg jonger en metaalrijker is en de halo om de melkweg ouder en metaalarm is.
Een andere interesante ontdekking is dat de gemeten rotatiesnelheid van sterren niet volledig verklaard kan worden door de zwaartekracht van de waargenomen massa of materie. Er moet dus iets zijn als materie die wij niet kunnen waarnemen: de zogenaamde donkere materie.

Wat levert statistisch onderzoek van databases op?
Omdat de datebases inmiddels zo enorm zijn, is het onmogelijk om hier als mens patronen in te herkennen. Echter door met computers en statistische methoden te gebruiken zoals clusteranalyse, bayesiaanse statistiek, machine learning en principal component analysis, kunnen patronen herkend worden in: sterbewegingen, chemische signaturen en populaties. Hierdoor hebben wij kennis of er wel of geen metalen in sterren aanwezig zijn. Inmiddels is bekend dat sterren met metalen een veel langere geschiedenis hebben dan sterren zonder metalen. Beginnende of jonge sterren bestaan voornamelijk uit waterstof en hebben geen metalen. Onder ander hierdoor is het mogelijk een reconstructie te maken van het ontstaan van de Melkweg.

Niet alleen het licht van de sterren van de Melkweg ook ook hun vorm, grootte, samenstelling en ouderdom wordt berekend. Door bol driehoeksmeting, kunnen wij tegenwoordig een inschatting maken van de positie van ons zonnestelsel in de Melkweg.

Hierdoor weten wij dat het melkwegstelsel spiraalvormig is Het heeft een diameter van 100.000 lichtjaar.

Bovenstaande impressie van de Melkweg laat de positie van ons zonnestelsel zien. Onze zon, gemarkeerd door de pijl, ligt tussen twee spiraalarmen. De Perseusarm, die verder buiten onze locatie ligt en de kleinere Sagitarius arm. De opening tussen deze twee armen wordt overspand door een meer diagonale structuur, , die wordt aangeduid als de Orion-arm Onze zon ligt binnen de binnenrand van die diagonale structuur.
Onze afstand tot het centrum van het sterrenstelsel is niet met precies bekend. De afstand ligt tussen 25.800 lichtjaar en 27.200 lichtjaar. De snelheid van de zon in haar baan rond het sterrenstelsel ligt tussen 30,2 en 30,6 km/s. Dat komt neer op één omloop per 200 miljoen jaar. Dit wordt een galactisch jaar genoemd.

Hoe meten astronomen?
De ruimte van de Melkweg is onvoorstelbaar groot. Om niet te spreken van het universum.
Niet alleen bestaat de Melkweg uit een ontzaglijke, ruimte, met enorme massa's zoals sterren, planeten, stof gruis brokstukken steen, en gas maar al deze massa's zijn ook nog eens allemaal opgebouwd uit onvoorstelbaar kleine structuren atomen die weer opgebouwd zijn uit elektronen, neutronen, protonen, die weer opgebouwd zijn uit quarks. In de Melkweg en het universum staat niets stil. Sterren en planeten bewegen zich met ongelooflijke snelheden om en uit elkaar en om zwarte gaten. snelheid wordt meestal uitgedrukt in km/Sec. Daarnaast is met de processen en het ontstaan van dit alles tijd en temperatuur gemoeid. Tijd die varieert van fracties van seconden tot miljarden jaren. Temperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin.
Om het universum enigszins te beschrijven zijn daarom speciale meeteenheden nodig.
Om iets heel kleins te omschrijven wordt bijvoorbeeld Angstrom gebruikt. en om een enorme afstand te beschrijven maken de astronomen gebruik van parsec. Iets heel zwaars wordt uitgedrukt Zonnemassa's. Het SI Système Internationale van maateenheden: meter-kilometer, gram seconden geniet de voorkeur onder astronomen. Zie de tabel hieronder.

Lengte – astronomische afstandsmaten

Grootheid Symbool Waarde Toepassing
ÅngströmÅ1 × 10−10 mAtoomfysica, spectroscopie
Nanometernm1 × 10−9 mMicroscopie
Micrometerμm1 × 10−6 mInterstellair stof
MetermBasiseenheidAlgemeen
Kilometerkm1.000 mPlanetaire afstanden
AardstraalR⊕6.378 kmPlanetaire astronomie
ZonstraalR☉6,96 × 108 mSterrenkunde
Astronomische eenheidAE1,496 × 1011 mZonnestelsel
Lichtjaarlj9,46 × 1015 mStellaire afstanden
Parsecpc3,09 × 1016 mGalactische schaal
Kiloparseckpc1.000 pcMelkwegstructuur
MegaparsecMpc1.000 kpcKosmologie
Astronomische meeteenheden – van atoom tot kosmos

Temperatuur

Object / proces Temperatuur (K) Temperatuur (°C) Voorbeeld / context
Bijna absoluut nul0 K−273 °CKwantumexperimenten
Kosmische achtergrondstraling2,7 K−270 °COverblijfsel oerknal
Interstellair gas10–50 K−260 tot −220 °CStervormingsgebieden
Aardoppervlak288 K+15 °CLeefomgeving
Oppervlak Zon5.780 K≈ 5.500 °CFotosfeer
Kern van de Zon1,5 × 107 KKernfusie
Supernova109–1010 KZware-elementenvorming

Massa – van deeltjes tot kosmos

Object Massa Illustratie / schaal
Elektron9,11 × 10−31 kgElementair deeltje
Waterstofatoom1,67 × 10−27 kgKleinste atoom
Mens~70 kgAlledaagse schaal
Aarde5,98 × 1024 kgPlaneet
Zon (M☉)1,99 × 1030 kgStandaard ster
Rode superreus10–40 M☉Extreem zware ster
Melkweg~1012 M☉100+ miljard sterren

Tijd – astronomische schalen

Eenheid Symbool Duur Gebruik
SecondesBasiseenheidAlgemeen
Uurh3.600 sDagelijkse processen
Dagd86.400 sPlanetaire schaal
Jaarjr3,16 × 107 sStellaire evolutie

De duur van het leven en het universum

Astronomen hebben vastgesteld dat onze zon al zo'n vijf miljard jaar, zijn licht op de aarde laat schijnen. De invloed van dat licht, hoe klein of hoe groot ook, heeft miljarden jaren tijd gehad om invloed uit te oefenen op het ontstaan van leven. De Melkweg is veel ouder. Die is ongeveer 13,5 miljard jaar geleden ontstaan. De Melkweg heeft dus al miljarden jaren voordat de zon ontstond voorwaarden geschapen voor het ontstaan van de zon en indirect voorwaarden voor het ontstaan van leven
Als astronomen het goed berekend hebben kan onze zon maximaal 10 miljard jaar bestaan. Maar dan houdt de zon toch ook op te bestaan. Het leven hier op aarde zal echter al veel eerder verdwijnen dan het licht van de zon. Dat komt omdat de zon op weg naar zijn einde, zal opzwellen. De hitte van de zon zal hierdoor zo verzengend worden dat leven op aarde uitgewist zal worden.
Ondertussen zijn in de Melkweg al veel nieuwe zonnen ontstaan en vergaan. Dus ook in de Melkweg vindt een cyclus van ontstaan, bestaan en vergaan plaats.
De Melkweg zelf zal over 4,5 miljard tot 5 miljard jaar misschien fuseren met het sterrenstelsel andromeda en zal dan op die manier veranderen van vorm en inhoud.
De theorieën over het ophouden van het universum, dus ook van de Melkweg en alle andere sterrenstelsels, lopen uiteen. Een theorie zegt dat het universum uiteindelijk een evolutie zal doormaken die omgekeerd is aan de uitdijing. Dus weer zal imploderen tot uiteindelijk "niets". Dat wordt door de huidige metingen gelogenstraft. Blijft het alternatief dat het universum oneindig zal bestaan.
In het licht van de onstaansprocessen en het van sterren en sterrenstelsels in het universum, is het bestaan van het leven, ook al strekt zich dat over miljarden jaren uit, slechts een fragment.
Ervan uitgaande dat er nog honderden miljarden zonnen in de Melkweg zijn, er nog ontelbare zonnen in de Melkweg zullen ontstaan en er naast de Melkweg, nog honderden miljarden sterrenstelsels in het universum zijn, kan niet uitgesloten worden dat er elders in de Melkweg en universum, nog overeenkomstige fragmenten van leven zijn ontstaan, bestaan of zullen ontstaan.
Zeker is dat ik op deze aarde, in deze Melkweg ben ontstaan en met mij vele andere levende wezens.

Literatuur:

Referenties – Toekomst en leeftijd van het universum (APA 7)

Versnelde uitdijing en donkere energie

  • Planck Collaboration. (2016). Planck 2015 results. XIV. Dark energy and modified gravity. Astronomy & Astrophysics, 594, A14. https://doi.org/10.1051/0004-6361/201525814
  • Riess, A. G., Filippenko, A. V., Challis, P., Clocchiatti, A., Diercks, A., Garnavich, P. M., et al. (1998). Observational evidence from supernovae for an accelerating universe and a cosmological constant. The Astronomical Journal, 116(3), 1009–1038. https://doi.org/10.1086/300499
  • Perlmutter, S., Aldering, G., Goldhaber, G., Knop, R. A., Nugent, P., Castro, P. G., et al. (1999). Measurements of Ω and Λ from 42 high-redshift supernovae. The Astrophysical Journal, 517(2), 565–586. https://doi.org/10.1086/307221

Standaard kosmologisch model (ΛCDM) en warmtedood

  • Peebles, P. J. E., & Ratra, B. (2003). The cosmological constant and dark energy. Reviews of Modern Physics, 75(2), 559–606. https://doi.org/10.1103/RevModPhys.75.559
  • Weinberg, S. (2008). Cosmology. Oxford University Press.

Big Rip en phantom energy

  • Caldwell, R. R. (2002). A phantom menace? Cosmological consequences of a dark energy component with super-negative equation of state. Physics Letters B, 545(1–2), 23–29. https://doi.org/10.1016/S0370-2693(02)02589-3
  • Caldwell, R. R., Kamionkowski, M., & Weinberg, N. N. (2003). Phantom energy and cosmic doomsday. Physical Review Letters, 91(7), 071301. https://doi.org/10.1103/PhysRevLett.91.071301

Little Rip en alternatieve scenario’s

  • Frampton, P. H., Ludwick, K. J., & Scherrer, R. J. (2011). The little rip. Physical Review D, 84(6), 063003. https://doi.org/10.1103/PhysRevD.84.063003
  • Bamba, K., Capozziello, S., Nojiri, S., & Odintsov, S. D. (2012). Dark energy cosmology: The equivalent description via different theoretical models and cosmography tests. Astrophysics and Space Science, 342, 155–228. https://doi.org/10.1007/s10509-012-1181-8

Algemene overzichten

  • Frieman, J. A., Turner, M. S., & Huterer, D. (2008). Dark energy and the accelerating universe. Annual Review of Astronomy and Astrophysics, 46, 385–432. https://doi.org/10.1146/annurev.astro.46.060407.145243

websites:

Zal de Melkweg in botsing komen met het Andromedastelsel? Dit zeggen astronomen Organismal Biology
Fungi and Bacteria
Nationaal Farmaceutisch Museum: Schimmel versus bacterie
Het microfossielen van bacterie in hematiet
Cosmic Microwave Background: Remnant of the Big Bang
Kosmische achtergrondstraling
De röntgenfoto
Faszination Universum mit Harald Lesch: Der Urknall – Das Rätsel des Anfangs
Faszination Universum: Eine Frage der Zeit Mit Harald Lesch
de komeet van Haley
Omlooptijd
De Rosetta missie
comets contain ingredients of life
Ontstaan_en_evolutie_van_het_zonnestelsel
hoe is ons zonnestelselontstaan
Molecular cloud
Ammonites
Ammonites became extinct in the Cretaceous–Paleogene extinction event
Why are ammonite fossils found in the himalayn mountains myoorganizing?
History and cultural aftermath of the great collision
Je herkent leven als je het ziet maar wat is het?
Bouwstenen van-het leven kunnen ontstaan in de ruimte
Hoe kunnen astronomen meten hoe ver een ster verwijderd is?
Hoe oud is het universum? Anne Catherine Burns. Helium in distant galaxies may help explain why the universe exists. July 28, 2023, Scientific American

Video

Cosmos a personal Voyage: episode 9: Life of the stars TV serie van Carl Sagan uit 1980.Dit deel is Nederlands ondertiteld.

sateliet

Een satelliet of een kunstmatige satelliet is een ruimtevaartuig , dat in een baan om een ​​hemellichaam zoals de aarde, maan of een ander hemellichaam wordt gebracht.Toepassingen, zijn communicatie, weersvoorspelling , navigatie ( GPS ), uitzendingen , wetenschappelijk onderzoek en aardobservatie, verkenning, vroege waarschuwing voor naderende vliegtuigen en raketten. De maan wordt vanwege zijn baan om de aarde ook gezien als een sateliet.